www.bussum.nl >Over Bussum >Monumenten > Burg s'Jacoblaan plantsoen

Burg s'Jacoblaan plantsoen

Gemeente Bussum afbeelding

Burg. s'Jacoblaan plantsoen

Gemeente: Bussum
Plantsoen tussen de Burgemeester ’s Jacoblaan en de Obrechtlaan, Bussum

Kadastrale aanduiding
Kad.gem.: Bussum
Sectie: B
Nummer: 4173

  • Gemeente Bussum afbeelding

Beschrijving

Een langgerekte parkaanleg met een smalle, iets gebogen, waterloop en trappartijen, gelegen in het Brediuskwartier tussen de Burgemeester ’s Jacoblaan en de Obrechtlaan. Het water komt van een waterloop aan de andere zijde van de ’s Jacoblaan en gaat met  een duiker onder deze laan door, om vervolgens circa 190 meter in een flauwe bocht door te lopen en te eindigen bij de Obrechtlaan.

Aan het begin en het eind van de waterloop zijn monumentale trappartijen gemaakt, die een hoogte overbruggen van circa 4meter naar het lager gelegen plantsoen met waterloop. Aan weerszijden van het water is eerst een smalle strook gras, vervolgens een pad om daarna over te gaan in een geleidelijk oplopend taluud en tenslotte te eindigen met een horizontale strook grond (de laatste twee elementen met een begroeiing van struiken en bomen). Het Brediuskwartier is tot stand gekomen volgens een weldoordacht plan waarin met grote zorg een aantal natuurlijke elementen zijn behouden en opgenomen in het bebouwingsplan. Zo is een deel afzandingen als open terrein behouden( het weiland en de voormalige gemeente kwekerij). Een ander deel is uitgaande van zanderijsloot in een plantsoen herschapen. Met de instandhouding van afgezand terrein zijn tevens de taluuds naar de hoger gelegen gebieden met hun begroeiing bewaard gebleven. Met het doortrekken van water door hoog terrein is een nieuw element (typisch voor ’t Gooi) aan de omgeving toegevoegd.

Deze ontwikkeling is tot stand gekomen dankzij de invloed van de gemeente. Al bij de vaststelling van het eerste uitbreidingsplan van de gemeente(1908), waarin het plan van De Bazel uit 1904 voor de wegenaanleg in de gemeente bussum is verwerkt, werden deze natuurlijke elementen in het ontwerp opgenomen. Echter veel van deze elementen, verwerkt tot plantsoenen, werden pas veel later uitgevoerd. In 1927 kwam de voortzetting van de zanderijsloot tot aan de ’s Jacoblaan tot stand volgens het oorspronkelijke plan van De Bazel (overl.1923). Een monumentaal  bouwwerk, in de vorm van een trappartij waarin bankjes en bloembakken opgenomen zijn, vormde de afsluiting van deze waterpartij. Het plantsoen en de waterpartij werden aangelegd onder verantwoordelijkheid van Ir. Gerber (in die tijd directeur van gemeentewerken). Zes jaar later, in 1933, werd  door de gemeente besloten het laatste deel van het plantsoen met waterpartij volgens het plan van De Bazel aan te leggen ( tussen de ’s Jacoblaan en de Obrechtlaan in het verlengde van de eerder aangelegde waterpartij tot aan de ’s Jacoblaan). Door de ’s Jacoblaan was al eerder een wijde duiker gelegd, het was immers de bedoeling dat hierdoor bootjes zouden varen op weg naar de vijvers van het bos van Bredius. De uitvoering behoorde tot de afwerking van het Brediuskwartier en met de kosten daarvan was bij de bepaling van de grondprijzen rekening gehouden. Het uiteindelijke besluit tot uitvoering leverde echter nog de nodige touwtrekkerijen op. Het werkverschaffingselement woog echter zwaar en ‘dankzij’ de economische crisis in die jaren werd de waterpartij volgens het plan van De Bazel aangelegd.

Het oorspronkelijke plan om een verbinding te maken met de vijvers van het bos van Bredius kon niet meer gerealiseerd worden ( het was niet meer mogelijk om een brug of duiker in de drukke Amersfoortse straatweg aan te leggen). Onder de verantwoordelijkheid van Ir.Gerber, directeur van gemeentewerken in die tijd, werd ook dit plan gerealiseerd (lit 52, blz. 119-120).

Het plantsoen tussen de Burgemeester ’s Jacoblaan en de Obrechtlaan (west-oost) is gerealiseerd in de vorm van een kanaalachtige waterpartij met een flauwe bocht erin en aan het begin en het eind een monumentale trappartij. Het plantsoen is gelegen in hoge grond en het profiel doorsnijdt het omringende terrein. Dit profiel bestaat uit een 9 meter breed kanaal met aan weerszijden eerst een iets oplopende, circa 1 ½  meter brede, strook gras, vervolgens een pad van 1½  tot 2 meter breed (nu geasfalteerd) en daarna, met een flauw hellende aanloop, een taluud beplant met struiken en bomen van diverse aard. Tenslotte volgt na het taluud nog een smalle horizontale strook grond, ook beplant met struiken en (grote) bomen. Het totale profiel heeft een breedte van gemiddeld 35 meter, de hoogte is gemiddeld 4 meter en het plantsoen is circa 190 meter lang( met trappartijen).

De beide  trappartijen zijn verschillend. Trappartij aan de s’ Jacoblaan is gelijk aan de trappartij uit 1927 aan de andere kant van deze straat. Langs de stoep van de weg loopt ter plaatse een muurtje van circa 80 cm met daarin opgenomen een paar bloembakken en 2 bakstenen pijlers, die vroeger functioneerden als lantaarns (de verlichtingskap is verdwenen en de pijlers zijn nu afgedekt met een cementplaat). Op de uiteinden bevinden zich twee zitjes. De muur is op twee plaatsen onderbroken, op deze plaatsen gaat een steektrap naar beneden (met 18 optreden). Tussen deze twee axiaal geplaatste trappen gaan vier grote vakken trapsgewijs naar beneden. In deze vakken, van baksteen, staan bloemen. Voor het laatste vak beneden staat een brede zitbank. Na de eerste 18 treden volgt een breed bordes met een weerzijden een gebogen trap (6 optreden) die naar het pad langs het water leidt. Als leuning ( voor het water) heeft het bordes een circa 80 cm hoge bakstenen muur met daarvoor iets lager gelegen, net boven de duiker een smal breed vak waarin bloemen of planten staan. De duiker zelf, symmetrisch van opbouw en opgetrokken uit geel(grijze) bakstenen, is gemetseld in Vlaams verband. De trappen hebben verder geen leuningen en voor de muur langs de straat aan weerszijden van de trappen een 90 cm hoge heg.   

De trappartij aan de Obrechtlaan, aan het eind van de waterpartij (er is hier geen duiker), is anders doordat er vanaf de weg slechts een brede (3 meter) steektrap (16 optreden) naar beneden gaat, met een bordes en weer een korte steektrap(4 optreden) en vervolgens een kwart rond bordes en weer een korte steektrap (4 optreden). Deze twee laatste steektrappen komen uit op een breed (doorlopend) bordes dat aansluit op de paden langs het water. Tussen de laatste steektrappen is aan het bordes een brede zitbank geplaatst tussen twee bloembakken. Tegenover de bank aan de waterzijde staat een muur in het midden onderbroken. Op deze plaats leiden een aantal segmentboogvormige treden (5 optreden) naar een groot segmentboogvormig vlak toe gelegen aan het water. Ook deze trappartij is symmetrisch van opbouw en is opgetrokken uit geel (grijze) bakstenen gemetseld in Vlaams verband. De laatste treden naar het water toe zijn gemaakt van rode natuurstenen platen.

N.B.: een nader onderzoek zou nodig zijn naar de beplanting en de aanleg daarvan (door wie, door de tuinarchitect Tersteeg?)

Redengevende omschrijving
Het plantsoen is van architectuurhistorisch betekenis:
·         als een van de natuurlijke elementen opgenomen in het uitbreidingsplan van Bussum uit 1908.
·         Als een van de natuurlijke elementen volgens plan van de K.P.C. de Bazel aangelegd en pas veel later ( 1933) uitgevoerd door Ir.Gerber, in die  tijd directeur van gemeente werken.
·         Vanwege kanaalvormige waterpartij met aan het begin en het eind monumentale trappartij met zitbanken een bloemvakken.
·         Vanwege beplanting van het plantsoen ( tuinarchitect Tersteeg?).
Sociaal-historisch is het plantsoen van waarde als voorbeeld van een werkgelegenheidsproject als gevolg van de economische crisis in de jaren rond 1930.
Stedenbouwkundig bijzonder gelegen in dit hoge terrein van het Brediuskwartier. De flauwe bocht in het kanaalachtige water en de trappartijen aan het begin en het eind geven dit plantsoen samen met de begroeiing een bijzondere kwaliteit.

Is deze informatie nuttig?
Tekstgrootte