Op 11 maart is door de Tweede Kamer het voorstel om Bussum te laten fuseren met Weesp, Muiden en Naarden officieel controversieel verklaard. Op zich is dit geen verrassing. Bekend was dat het herindelingsvoorstel ‘moeilijk’ lag in de kamer en dat het advies om het voorstel controversieel te verklaren door alle kamerfracties is ondersteund. De controversiële status houdt in dat de huidige Tweede Kamer de behandeling van het wetsontwerp heeft stopgezet en dat het aan de nieuwe regering en de nieuwe kamer is, om te bepalen of het wetsontwerp weer in procedure moet komen.
Nu er op 9 juni kamerverkiezingen worden gehouden en er daarna een formatie moet worden afgerond, ligt het voor de hand dat er voor het zomerreces niet meer wordt begonnen aan de behandeling van het wetsvoorstel tot fusie. Dat betekent dat de kans heel erg klein is dat het wetsvoorstel tot wet wordt verheven voor 17 september 2010. Aangezien het slechts om een theoretische mogelijkheid gaat dat deze planning wordt gehaald, moet ervan uitgegaan worden dat er in onze gemeente op 24 november 2010 verkiezingen worden gehouden voor de raad van Bussum.
Wat er daarna gebeurt is moeilijk te voorspellen. Zo is het aannemelijk dat het onderwerp ‘fusie of geen fusie’, het centrale thema van de gemeenteraadsverkiezingen wordt. Dat kan weer betekenen dat niet alleen in Bussum, maar wellicht ook in Weesp, Muiden en Naarden anders wordt aangekeken tegen een G4, alternatieve bestuurlijke modellen, bestuurskracht, fusies en intensieve samenwerking.
Het is straks aan een nieuw kabinet te bepalen wat er gaat gebeuren: het voorstel kan ongewijzigd (maar dus met vertraging) worden doorgezet, maar het kan ook zijn dat de staatssecretaris zelf initiatieven gaat nemen om in onze regio tot een andere bestuurlijke organisatie te komen.
Er blijft dus nog enige tijd onzekerheid bestaan over de toekomst van Bussum en de andere gemeenten.
Gehoopt wordt dan ook dat zo spoedig mogelijk na het aantreden van het nieuwe kabinet bekend zal zijn wat er met het nu officieel controversieel verklaarde G4 voorstel gaat gebeuren.
Om de onduidelijkheid niet nog langer te laten voortbestaan, zou het overigens voor alle partijen verreweg het beste zijn wanneer de –demissionaire- minister op korte termijn zou besluiten het G4 voorstel formeel ‘van tafel te halen’. Op dat moment ontstaat er weer ruimte om in regionaal verband te komen tot het inventariseren van knelpunten en het vinden van passende oplossingen, waarvan het intensivering van samenwerking er één kan zijn.